Wedstrijdindeling BV 'T Laantje

    Hier onderstaand de wedstrijdindeling
             Voor Dinsdag 6 Oktober.
                 Afwezig: 
        
        1e Partij: Leo tegen Dirk
 
 
    2e Partij:  Charlie  tegen Coen
 
 
    3e Partij: Jan v C  tegen Annie
 
 
    4e Partij:  tegen 
 
 
    5e Partij: tegen
 
 
    6e Partij:  tegen 
 
     
 

https://www.facebook.com/bvtlaantje

https://www.facebook.com/biercafe.tlaantje

Wedstrijdleiding:

Charlie: 06-13779929

Jan van Campen : 06-14668010

Rechts kunt u per keer klikken of u klikt op het play icoontje,

dan word de diavoorstelling gestart

DE 10 GEBODEN VOOR BILJARTERS:

Op de toonbank bij biljartshop De Graafschap in Buren stonden deze 10 geboden. Duidelijk een tekst uit het begin van de vorige eeuw. Er is klaarblijkelijk niet veel veranderd in 100 jaar 

 

  1. Als gij met een nieuwen partner speelt, verklaar dan altijd, dat Ge sedert zes jaar geen keu in de hand hebt gehad.
  2. Ga altijd achter Uw partner staan, als hij aan den stoot is, kijkt hem gedurende de heele serie goed op den vingers, maar verzoek nadrukkelijk hiervan zelf verschoond te blijven, als hij ‘t zelfde doet.
  3. Steek altijd de beide stukjes krijt in Uw zak.
  4. Gelukt U een bal, zoo was het berekening, bij de tegenpartij is het natuurlijk altijd toeval.
  5. Staat de partij 88-22 in Uw nadeel, stel dan voor het spel als onbeslist af te breken en opnieuw te beginnen.
  6. Kijk na elken stoot om en speel niet door, voordat men U geprezen heeft.
  7. Tel zachtjes, maar indien mogelijk dubbel en schrijf eerst op als Uw partner stoot.
  8. Wacht na den stoot af, of de bal soms iemand op de voeten valt, indien zulks het geval is – dan was het een kunststoot.
  9. Speel zoo, dat Gij bij een voorgift nog eventjes kunt winnen. Bij de revanche hoeft Ge dan niet meer voor te geven en wint dan zeker.
  10.  Hebt Gij verloren, verklaar dan, dat de tegenpartij akelig veel geluk gehad heeft. Hebt Ge gewonnen, schrijf het dan aan Uw fijn doordacht spell toe.

 

 

De tien meest gemaakte fouten.

1 Bij trekstoten wordt de keu op het moment met aanraking van de speelbal teruggetrokken. Bij doorschietstoten gaat men over het algemeen wel door. De beweging van de keu dient bij contact met de speelbal in beide gevallen, dus zowel bij trek- als bij doorschietstoten, door te gaan.  Het grote verschil tussen beide stootvormen is de aanspeelhoogte. Bij trekstoten altijd onder het middelpunt van de speelbal, bij doorschietstoten doorgaans boven het middelpunt.

---------- 

2 Het niet bewegen van de keu in een rechte lijn: 

Het is de bedoeling dat de keu niet naar rechts of links wordt gezwaaid. Men noemt deze fout een side stroke.

Het is de bedoeling dat de keu niet naar boven of naar beneden wordt bewogen Men noemt dit een up- respectievelijk een down-stroke. 

Alleen een rechte lijn van de keu, de zogenaamde beweging in zijn asrichting is juist.

----------

3 De voorhand is het statief van uw fototoestel. U kunt, als u de foto neemt, uiteraard een schop tegen het statief geven, maar zal de foto dan nog scherp zijn? Uw voorhand heeft dezelfde functie. Dus laat u voor, tijdens en na de stoot, uw voorhand doodstil liggen. U krijgt hierdoor een prima resultaat.

-----------

4  Wat er bij punt 3 over de voorhand is verteld, geldt ook voor het lichaam. Voor, tijdens en na de stoot dient het hele lichaam muisstil te staan. De bewegingen komen, afhankelijk van de spelsituatie, uit de elleboog, dan wel uit de pols en in sommige gevallen zelfs zowel uit de pols als uit de onderarm. Dit is de tempo onderarmtechniek.

----------

5 Er wordt over het algemeen veel te hard gespeeld. Het is heel vreemd maar hoe harder we stoten hoe moeilijker het wordt om een spelsituatie zuiver te spelen. Zodra de speelbal de derde bal geraakt heeft, dient hij tot stilstand te komen. Bij voorkeur binnen een afstand van ongeveer 20 cm.

----------

 

 

foto Matthy Klinkert

6 Men kijkt tijdens de stoot naar de derde bal. Een heel slechte manier van stoten omdat deze werkwijze de side stroke in de hand werkt. Het is veel beter om ons eigen te maken dat we voor, tijdens, en na de stoot naar de tweede bal  kijken. Bij de massé en piqué kijken we naar het punt waar de pomerans de speelbal dient te raken. 

----------

7 Te snel stoten behoort ook tot de toptien meest gemaakte fouten. Al lijkt het nog zo'n gemakkelijke spelsituatie, bekijk en behandel hem toch alsof het de moeilijkste stoot is die u ooit gezien heeft. 

----------

8 Alle stootbeelden worden met dezelfde afstand van de voorhand ten opzicht van de speelbal gespeeld en dat zelfde geldt voor de achterhand. Ga ervan uit dat als u een een kleine spelsituatie speelt, dan dient u een een korte voorhand te gebruiken, Ongeveer 6 cm is goed, en een korte achterhand. De achterhand dient dan ongeveer 1 handdikte achter het balanspunt van de keu te liggen. Moet u een extreem grote situatie spelen dan dient de voorhand circa 15 cm vanaf de speelbal te staan en de achterhand circa 15 cm van het einde van de keu.

----------

9 Biljarten is een concentratie spel. Het niet concentreren is dodelijk voor een goede partij. Probeer u eigen te maken dat u telkens de situatie goed bekijkt, en voorzie niet elke carambole van commentaar.  Het evalueren dient na de partij te geschieden.

----------

10 Men speelt over het algemeen teveel spelsituaties waarbij de speelbal over de band(en) loopt. Bij de spelsoort libre en kader is het van zeer groot belang om zoveel mogelijk voor de directe oplossingen te kiezen. Onder directe oplossingen wordt verstaan dat, de speelbal direct via bal 2 naar bal 3 wordt gespeeld, dus zonder een of meerdere banden. Men zegt weleens gekscherend:" De basis functie van de banden is om ervoor te zorgen dat de ballen niet op de grond vallen"! 

----------

 

 

Opmerkelijke uitspraken en wetenswaardigheden

Veel biljarters spelen zo ongeveer, maar eisen wel dat de speelbal precies aankomt. Heinrich Weingartner.

----------

Een typering van een biljarter: "Van die grote spelsituaties kan hij niets, maar als hij de ballen eenmaal bij elkaar heeft.................is hij ze zo weer kwijt"!

----------

Over verdedigend  spelen:" Het heeft geen enkele zin om 4 caramboles te maken om er vervolgens 6 weg te geven". Raymond Ceulemans. 

---------- 

Twee dingen in het leven die altijd te hard wordt gespeeld:" Muziek en biljarten". Raymond Ceulemans.

---------

Een dichterlijk ingestelde biljarter sprak:" Het leven is een partij biljart, soms brengt het vreugde, soms brengt het smart".

----------

Mijn oom maakte eens in een partij dertien missers achter elkaar en sprak droog:" Ik zak een beetje af". 

----------

Men zei eens van een beroemde biljarter :" Hij kan geen kader spelen, alleen hij mist nooit".

----------

De beroemde kaderspeler Emile Wafflard moest een partij anker kader 71/2 spelen, maar weigerde omdat hij last had van lampjes vanuit het plafond. Deze lampjes stoorden hem in het spel. Na rijp beraad met de bondsofficials ging hij toch maar, drie kwartier later, en met de door hem gehate lampjes aan, van start. Hij speelde de partij in 1 beurt uit.

 

----------

Als je tijdens een partij nog moet denken, is dat een teken dat je in de trainingen voorafgaande aan de partij te weinig hebt gedacht. Heinrich Weingartner.

-----------

Gelezen op een tekst aan de muur in een dorpskroeg. Het oordeel van de arbiter is bindend, maar dan moet hij zich wel bij het biljart bevinden en niet aan de bar zitten. Het geeft een duidelijk beeld hoe hier de arbitrage weleens verliep. 

----------  

Voor aanvang van een partij zei speler A tegen speler B: "Dat de beste speler moge winnen, maar jij hebt uiteraard ook een kans".

---------- 

Geluk is een slechte vriend, want hij komt als je hem niet nodig hebt. René Vingerhoedt.

----------

 

Als een biljarter niet met zijn speelbal bij bal 3 bleef, zei René Vingerhoedt altijd:" Die speler lijkt op een trapezewerker, want iedere stoot is eenwaaghalzentoer".

---------- 

De Koninklijke Nederlandse Biljartbond was in de zestiger jaren op de Stadhouderskade te Amsterdam gevestigd. Men had drie werknemers in dienst,

1 Joop v.d. Hoek als administrateur. Hij verzorgde tevens de televisie commentaren. v.d. Hoek had een zware stem en fluisterde bij zijn commentaar om de biljarters niet te storen. Zijn bijnaam was de fluisterende bariton.

2 Jacques van Beem als hoofd afdeling jeugd. Tegenwoordig speelt men nog altijd een jeugdtournooi om de coupe van Beem als eerbetoon aan Jacques van Beem.

3 Een secretaresse voor beide heren.

----------

Achter het gebouw van de K.N.B.B. stond een matchtafel opgesteld en daar gaf René Vingerhoedt les aan een groep talentvolle jongeren, de zogenaamde totolessen, omdat de lessen voor een deel uit de totopot werden betaald. Na een paar uur trainen gingen we vaak even de Albert Cuypmarkt op om een patatje of een haring te eten. Ik zei tegen René:"Je krijgt altijd zo'n dorst na het eten van een haring". Vingerhoedt antwoordde:"Allez, dat is toch een aangename bijkomstigheid, we gaan een pintje vatten".  Zo gezegd zo gedaan, en voordat je het wist stond je met een heerlijk koel glas bier in je handen.  

----------   

Krijt op tijd, afgekort K.O.T. is een van de meest voorkomende namen voor een biljartclub in Nederland.  Een heel aardige naam voor een biljartclub is de naam Asthimarakis. Een biljartclub in Hilversum draagt deze grieks aandoende naam. In Amsterdam komt de naam K.R.A.S. voor. Deze naam heeft overigens niets te maken met Grandhotel Krasnapolsky, maar staat voor de tekst:" Kijk Rustig Alvorens te Stoten".  En wat denkt u van de naam H.E.T.E.Y.? Deze staat voor Houd Er Trouw Effect Yn. In Zwanenburg heeft men een biljartvereniging met de naam  't K.A.B. Deze afkorting staat voor HET KAN ALTIJD BETER. Ze hebben gelijk.

----------

Meneer a en meneer b zitten aan de bar in een café. Mag ik u een biertje aanbieden vraagt meneer a. Nee, zegt meneer b, ik heb 1 keer in mijn leven bier gedronken, ik vind er niks aan.  Meneer a:"Mag ik u dan een sigaret aanbieden? Nee zegt meneer b, ik heb 1 keer in mijn leven een sigaret gerookt, ik vind er niks aan. Meneer a geeft het niet op en vraagt:"Zullen wij een partijtje biljarten"? Nee is het antwoord van meneer b, ik heb 1 keer in mijn leven een partij biljart gespeeld, ik vind er niks aan, maar straks komt mij zoon en hij wil wel biljarten. Meneer a: "U heeft zeker maar 1 kind"? 

----------  

De moeder van een leerling van mij vond het leuk om haar zoon eens aan het werk te zien. Er werd een kadertournooi gespeeld en zoonlief was in goede vorm. Na afloop van de partij vroeg ik hoe zij het vond. Heel mooi antwoordde ze, maar ik vond de arbiter een arrogante kwast.  Hoezo vroeg ik. Nou, als mijn zoon een paar mooie caramboles maakte zie hij om de haverklap:" En dan"? Na de uitleg dat hij niet "en dan", maar dedans annonceerde ten teken dat haar zoon bij de desbetreffende carambole een van de twee te raken ballen een bepaald vak uit moest spelen, wijzigde moeder gelukkig haar mening betreffende de arbiter.

----------

Vroeger bouwde men in de U.S.A. een voortreffelijke keu -Brunswick- genaamd. Omdat ik in Miami was, zocht ik in de yellow pages eenbiljartfabrikant in de buurt. De eigenaar van de fabriek vertelde dat Brunswick tegenwoordig alleen bowlingbanen en biljarts produceerde en geen keu´s meer maakte. Ook in Amerika is de import met name vanuit Japan groot. Hij had overigens keu´s te koop die voor ons spel volledig ongeschikt waren. Ik vertelde hem dat en zijn antwoord was:" Een keu weet niet wat voor spelsoort u speelt".  Ik vond zijn argument niet sterk genoeg om over te gaan tot aanschaf van een keu.

 

 ----------

Melis keu´s waren een rage. Zijn keu´s herkende je aan de aluminium ring in het midden en aan het einde van de keu. Echte versieringen had de keu eigenlijk niet. Omdat veel van mijn leerlingen een Melis keu wilden kopen, belde ik Frans Melis op om er 5 te bestellen. Melis vertelde dat hij het zeer druk had met een bestelling voor Ceulemans, maar Ceulemans moet maar even wachten tot mijn bestelling klaar is.

Verrast dat mijn bestelling voor ging kon ik mijn leerlingen mededelen dat de keu`s op kort termijn zouden worden geleverd. Kort daarna waren de keu´s klaar en ik vertrok naar de villa wijk in Schoten Belgie, waar Melis woonde. Een half jaar later had ik 10 keu´s van Melis nodig en belde hem daarover op. Hij vertelde dat hij het zeer druk had met een bestelling voor Ceulemans, maar Ceulemans moest maar even wachten tot mijn bestelling klaar was. Melis een groot keubouwer, maar een groot koopman?

---------   

 

foto Matthy Klinkert

  ----------

Een lesavond in Ouderkerk aan de Amstel bij café Steef de Koning moest voortijdig worden gestopt door een verschrikkelijk incident. Vroeger had men weleens, inplaats van 2 biljartlampen boven het biljart, een bak waarin 2 t.l. buizen waren gemonteerd. Bij het voordoen van een massé, ondervond ik last van deze bak. De toenmalige eigenaar, Piet van Raak bood heel welwillend aan om de bak even opzij te houden. Een genereus gebaar, ware het niet dat hij niet in de gaten had dat er een bloemstuk op deze bak stond. U begrijpt het al, Het bloemstuk viel in gruzelementen op het biljartlaken. Het laken was bezaaid met stukken van de bloem, nat aarde, en aardewerk van de pot.  Iedereen in het café schrok enorm en men was unaniem blij dat deze ongelukkige actie door de eigenaar zelf was verricht. Nee, de stemming voor biljartles was even over. Het "veld" was onbespeelbaar. 

----------

Piet van Raak, de toenmalige eigenaar van café Steef de Koning kreeg het overigens regelmatig zwaar te verduren van zijn klanten. Bij een volle kroeg, en dat gebeurde daar nogal wat keren, zong men vaak met zijn allen:" Oh van Raak, wat heb je toch een kleren zaak" . De stemming was dan wel opperbest.

----------    

De ober van de biljartzaal in Krasnapolsky was het horecavak meer dan zat. Kijk vertelde hij, meneer van biljart 7 wenkt mij. Waarschijnlijk wenst hij een kop koffie. Nu moet ik naar tafel 7 lopen om zijn bestelling op te nemen. Vervolgens loop ik naar het buffet om zijn koffie te zetten, daarna slof ik weer naar tafel 7 om zijn consumptie te brengen. En weet u wat deze koffie kost? (Het was nog in de tijd van de harde gulden)  een gulden vijftig meneer. Dan zegt hij:" Hou maar twee gulden af". Dat is toch waardeloos meneer voor 2 kwartjes fooi loop ik mij het vuur uit de sloffen. Maar het wordt volgende maand nog erger, want de koffie wordt dan een kwartje duurder. Weet u wie die verhoging betaald, meneer ? Wij de obers, want een koffie kost dan een gulden vijf en zeventig en wederom zegt de klant:" Hou maar twee gulden af".  De ober zweeg en keek alle kanten uit behalve die van de wenkende biljarter van tafel 7. 

---------- 

Eigenlijk kan ik alles zegt speler a tegen speler b, trekstoten, doorschietstoten, amortiseren, piqueren, klein spel etc., etc.  Waarom speel je dan toch maar 1.00 gemiddeld libre vraagt speler b. 

----------

Bij het beoefenen van de trekstoot ondervond mijn leerling nogal wat last van het ketsen. Keer op keer trad de kets op. Een toeschouwer bekeek zijn acties aandachtig en voelde zich genoodzaakt een flauwe opmerking hierover te maken. Hij adviseerde, probeer eens de andere kant van de keu.  Mijn leerling kon deze opmerking niet waarderen en zei, het zal met mijn spel een stuk beter gaan als die meneer vertrekt. Beschamend zei die meneer, oké, ik ga al, ik ga al.

----------

Donald van Herpen was een enthousiaste en vindingrijke biljarter. Hij produceerde een pomerans welke voornamelijk bestond uit gemalen kurk. Gekscherend werd deze pomerans de "herperans" genoemd. De herperans had vreemde eigenschappen. Je moest hem bijvoorbeeld nooit van krijt voorzien. Een trekstoot uit de pols was realiseerbaar, maar een trekstoot uit de onderarm was onmogelijk. Je kon met de herperans niet ketsen, maar stootte je in de ketszone dan vertrok de speelbal onder een hoek van circa 30 graden.  De herperans is bij een prototype gebleven en nooit in productie genomen

---------- 

Wat bij van Herpen tot een prototype pomerans beperkt bleef, ging bij Cor Mol en Mieke Buys veel verder. Beiden hadden les bij mij en op zekere dag had Cor Mol voor zichzelf een pomerans gemaakt. Zijn product was zo goed, dat ik hem geadviseerd heb om de pomerans op de markt te brengen. We hebben maandenlang testen gedaan met de door hem gemaakte pomeransen en uiteindelijk resulteerde dit in de bekende "Cyclone" pomerans.  

----------    

 

Maak van uw loopbaan geen renbaan. Gerlof de Jager.

---------  

Ari Stoteles was waarschijnlijk de allereerste biljartleraar ter wereld. Toon Hermans. 

---------

Niet leren, maar repeteren maakt perfect.

----------

 

Een arbiter die geen fouten maakt is een slechte arbiter, want hij arbitreert niet. Jaap Schmitt. 

----------

Het doceren van de leerstof dient vooral gedoseerd te worden.

----------

René Vingerhoedt sprak:" Hoe verder ik van huis ben hoe beter ik speel". Mijn vader antwoordde, het maakt mij niet uit waar ik ben, ik speel overal even  slecht. 

----------

Heren, ik vertrek sprak de oud-voorzitter van de K.N.B.B. van het district Amsterdam, toen hij op het punt stond de biljartzaal te verlaten. Nou graag antwoordde een biljarter.

----------

De voorzitter verzorgde de prijsuitreiking voor een kampioenschap van Amsterdam. Hij sprak de nummer 8 van dit kampioenschap weinig bemoedigend toe:" Je hebt er deze keer weer niets van gebakken, maar je moet maar zo denken, je kan niet beter".

----------

Tijdens deze prijsuitreiking sprak hij een andere biljarter toe met deze woorden:" U speelt zo rustig, u zult geen hartaanval krijgen". Oh heeft u die kortgeleden al gehad, nou dan krijgt u er niet nog een!

----------  

Een prijsuitreiking doen is niet iedereen gegeven. Een oud districtsbestuurder nam node deze taak op zich. Tegenover hem zaten de finalisten te wachten op wat er komen ging. Op het afgedekte biljart stonden 8 bekers met deksel te wachten op de spelers. De districtsbestuurder beefde enorm en bij het uitreiken van de eerste beker ging het al mis. De deksel viel er door zijn getril af. Hij bedacht zich geen twee keer en de overige 7 bekers schoof hij naar de biljarters toe.  

----------

Pietje toe, patje toe alles naar de rode toe is een bekende term uit de driebandwereld. Men geeft hiermee aan dat de speelbal bij de rode bal tot stilstand komt. Over het algemeen krijgt de tegenstander hierdoor, als u de carambole mist, een slechte spelsituatie. Dit verdedigen noemt men carotteren.  Carotteren is een moeilijk facet van het biljarten. Het namelijk niet de bedoeling dat deze speelwijze ten koste van de eigen productie gaat. 

----------

Wie kennis over het biljarten geheim houdt, pleegt een misdaad jegens de biljartsport. Walter Harris.

----------

Spanning kan een mens aan het huilen of aan het lachen maken. Tijdens een driebandenpartij tussen de toenmalige Oostenrijkse vedette Johann Scherz en een Spaanse grootmeester, presteerde Scherz het een bal zo'n 20 centimeter boven het biljart te laten springen. De Spanjaard vond dit zo grappig dat hij accuut de slappe lach kreeg en niet meer kon stoppen. Hij is de zaal uitgelopen om op de gang weer tot bedaren te komen. Na zo'n tien minuten ging het weer een beetje en hij keerde terug naar de zaal. Bij de eerste aanblik met Scherz begon hij echter wederom onbedaarlijk te lachen.

----------

Michel is een talentvolle en bloednerveuze biljarter. Tijdens een officiële partij presteert hij het om, na lang gezwoeg, de serie-americaine te bereiken. Zorgvuldig krijt hij zijn keu om de eerste stoot in de s.a. te maken, en wat denkt u? Door de zenuwen laat hij zijn krijtje op een van de biljartballen vallen. 

----------

Het betrof een kampioenschap van Nederland anker kader 47/2 en speelde zich af in het zuiden des lands. Als ik op die bewuste zondagmiddag mijn partij  zou winnen zou ik kampioen worden, dus op zaterdagavond ging ik al vroeg naar mijn hotelkamer. Ik was nog net niet in slaap gevallen, toen er een hoempapa orkest pal onder mijn kamer luide muziek maakte. Ja u raadt het al, er was een carnavalsavond aan de gang. Nu kan je twee dingen doen, of je tracht door de luide muziek heen te slapen, wat je doorgaans niet lukt, of je gaat naar beneden om tussen de vrolijke menigte te zitten. Ik heb voor het laatste gekozen en het werd héél gezellig en héél laat.  De volgende dag speelde ik uiteraard als een natte krant. Nu wil ik niet meteen de schuld aan díe carnavalsavond geven, ieder mens heeft zijn tenslotte zijn eigen verantwoordelijkheden nietwaar, maar het werkte ook niet in mijn voordeel. Of zou mijn directe tegenstander deze avond georganiseerd hebben? Een mens wordt af en toe paranoia. Ik had in ieder geval mijn bedenkingen. Nee, het kampioenschap ging natuurlijk aan mijn neus voorbij.

----------

Dat biljarten een concentratiespel is weet iedereen, maar wat er die zondagmiddag tijdens onze demonstratie gebeurde was ongelofelijk. De verlichting boven het biljart was niet goed want slechts een klein gedeelte van het speelvlak werd uitgelicht. De kwaliteit van de leiplaat konden we inspecteren, want er zat een enorme winkelhaak in het bladlaken. De jukebox stond aan en de radio gaf de voetbaluitslagen door. Er was een meneer die ons biljartspel goed wilde zien en liep ons geweldig in de weg, terwijl hij genoot van een bakje bami. U begrijpt niet bepaald de couleur locale om er een daverende show van te maken. Maar geloof het of niet, we speelden de sterren van de hemel.

----------

De kroegbaas wilde ons verwennen en had vlak voor de door ons te spelen demonstratie een splinternieuw laken aangeschaft. Tijdens de partij libre ging alles goed, maar toen ik voor de partij kader lijnen op het laken trok kreeg hij alle kleuren van de regenboog. Hij had nog nooit van kader gehoord en krijtlijnen trekken op een splinternieuw laken doe je niet. Uiteindelijk begreep hij dat zijn laken door mijn actie niet gemaltraiteerd was en na een paar keer stofzuigen trokken de lijnen wel weer weg.

----------

Wij zouden tijdens de demonstratie in een bejaardenhuis 300 caramboles maken en de stand na drie beurten was 7 voor mijn tegenstander en 5 voor mij. Een wat hardhorende toeschouwer riep luidkeels:" Nou, ze schieten al aardig op"! Meestal werken dit soort opmerkingen als een rode lap op een stier, zo ook deze keer want de volgende beurt was de partij uit.

----------

Het arbitreren van een partij anker-kader is voor een onervaren arbiter een "hell of a job". Zeker als de ballen in de ankers liggen en een speler heeft een snelle speelstijl dan wordt het voor de arbiter struikelen over de termen. Mijn arbiter had een aantal caramboles met grote moeite geteld en zei op een gegeven moment:" Ik tel, dan hou jij de verschillende termen van entré-partout, à cheval- entré etc wel  in de gaten"! Ik heb de arbiter helaas inmiddels uit het oog verloren en weet daardoor niet of hij het tot internationaal arbiter heeft geschopt. Als dat zo is, dan heeft hij sinds die partij wel erg hard geoefend. 

    ----------

De oud bondscoach van de K.N.B.B. Tony Schrauwen vertelde hetvolgende verhaal. Tijdens een partij werd ik gearbitreerd door arbiter Veldeman. Tot drie keer toe telde hij mij af voor een vermeende biljardé, terwijl ik er zeker van was dat de carambole loepzuiver was. Tony kreeg vuur in zijn ogen en zei tegen de arbiter:" U heeft een heel toepasselijke naam, want u heeft, wijzend op zichzelf, deze man geveld".

    ----------

De hoek van uitval is, als er zonder zij-effect gespeeld wordt, bijna gelijk aan de hoek van inval. Bij de meeste beginners is echter de hoek van uitval gelijk aan de hoek van louter toeval.

----------

 

Overconcentratie kan leiden tot hele vreemde situaties, zoals bijvoorbeeld het spelen van de verkeerde bal. Je ziet dan een speler zich geweldig concentreren en speelt dan domweg met de rode bal. Pas wanneer de arbiter hem aftelt is hij zich bewust van zijn ongelukkige actie. Wat echter in die bewuste finalepartj gebeurde was ongelooflijk.  Een van de finalisten nam een biljartbal van tafel om zijn pomerans te krijten. 

----------

Als je heel goed in je spel zit, dan kom je als het ware in een trance en ben je een klein beetje weg van de wereld. Bij het beëindigen van de partij kan dit leiden tot het niet meer weten wie de partij gearbitreerd heeft.   De mental trainer Ted Smiet noemt dit de (i)deal (p)erformance (s)tate, de i.p.s. dus. In deze staat wordt er zeer geconcentreerd gespeeld en komt slechts weinig in een biljartersleven voor.

----------

Een leerling had veel last van transpirerende handen en kocht een handschoentje. Hij vertelde dat het een stuk plezieriger speelde, maar ik moest hem wel wijzen op het feit dat hij de handschoen om zijn voorhand en niet, zoals hij gedaan had, om zijn achterhand moest aantrekken. 

----------  

Een Engelsman zag voor het eerst ons carambolebiljart en vroeg zich af hoe het spel eindigde. Naar zijn mening kon een spel slechts eindigen nadat alle ballen in de pockets werden gespeeld.

---------- 

Om toegang te krijgen tot de biljartzaal van "Het Eerste Amsterdamse Biljartcentrum' aan de Nieuwendijk in Amsterdam, waren er twee hindernissen te nemen. 

1 Je moest een hoge en tamelijk steile trap opklimmen. Met nam voor oudere biljarters was dit een nadeel. Men raakte uiteraard buiten adem.

2 Bovengekomen stond er een enorme wolfachtige, Duitse herder je op te wachten, zodat je wel begreep dat je je koest moest houden. Het dier was de goedheid zelve, en deed geen vlieg kwaad, maar door zijn postuur boezemde hij een enorm ontzag in. U begrijpt slechts de dye hearts trotseerden deze hindernissen. De beloning voor het vermetele gedrag was groot want de biljartzaal was heel mooi en goed onderhouden. Er stonden twee matchtafels en een paar kleine tafels. In deze zaal was er een biljartsfeer die je nodig hebt om te presteren.

----------        

Na afloop van de biljartlessen bij de A.M.VJ. werd er aan de bar altijd nog een alcoholische versnapering door de leerlingen genuttigd. Na een paar drankjes kwam men meestal op briljante gedachtes, zo ook meneer Hiep. Hij vond dat er in samenwerking met de A.M.V.J.  een viswedstrijd moest worden georganiseerd. Zijn buurman zou ongetwijfeld meedoen, en meneer Hiep had een kleinzoon die lid was van een voetbalclub. Als de kleinzoon de komende viswedstrijd aan zijn elftal vertelde, nou dan had je zeker 15 mensen die zouden inschrijven. De zoon van meneer Hiep had een baan op een kantoor met zo'n 200 werknemers, dus 180 deelnemers zouden zeker meedoen. Kortom binnen een 10 minuten brainstormen was de bosbaan te klein voor de viswedstrijd. Meneer Hiep zag hele drommen mensen die massaal af kwamen op dit evenement. De A.M.V.J. gaf de heer Hiep carte blanche om zijn plan te realiseren. Het einde van het liedje? Het aantal inschrijvingen bleek te klein. Sterker nog, de inschrijflijst bevatte slechts twee personen. U raadt het al, meneer Hiep en zijn buurman. De viswedstrijd ging niet door. Meneer Hiep had 1 geluk, de bosbaan was groot genoeg voor beide heren en hij hoefde dus niet naar een andere plek uit te wijken. 

----------     

De grote kracht van alle topbiljarters is dat ze geen (brute) kracht bij hun stoottechniek gebruiken.

----------   

Een biljarter nodigt een andere biljarter uit tot het spelen van een partij. Na afloop zegt hij:"Ik heb nog nooit zo slecht gespeeld als tijdens deze partij". Zijn tegenstander  antwoordde: "Oh heeft u dus weleens meer gespeeld"?.

 

                                                          ------------

Biljarte is heel makkelijk, want om een punt te maken moet je enkeld met iene bal die are twei maar raken. En legge ze dicht bai mekaar dan gaat het meist vanzelf en maak je met je ogen dicht d"r zo een stuk of elf. En is de bal soms van de "witte"nou oigenlijk niet zo een mooie, den is er nog niks aan de aan de hand, dan maak je hem van de rooie. Biljarte loikt heel makkelijk maar zeg ik effies zachter probeer het zelf ok "s een keer. dan

 

 

 

 

 

 

Ik wordt regelmatig gevraagd naar de betekenis van een bepaald woord dat in de biljartsport wordt gebruikt. Onderstaand treft u een lijst aan met veel voorkomende biljartwoorden. Aanvullingen zijn uiteraard welkom:

À cheval

moet bij het kaderspel worden geannonceerd als een van de aanspeelballen in een verboden zone ligt en de andere bal (niet de speelbal) tegen diezelfde zone aanligt, dus voor de lijn.

Acquit

De acquitstoot (aanvangsstoot) moet van de rode bal worden gespeeld.Bij de acquitstoot ligt de rode bal op de bovenacquit, de bal van de tegenstander (witte/of wit met stip bal) op de benedenacquit en de speelbal (gele of witte bal) op het rechter- of linker-beneden acquit.

Amortiseren

Het geheel of gedeeltelijk geremd spelen van de speelbal, d.w.z. de speelbal op of iets onder de hartlijn stoten.

Arbiter

Iemand die zelfstandig een biljartwedstrijd leidt.

Biljardé

Als de pomerans de stootbal nog raakt op het moment dat de stootbal in contact komt met de tweede bal of een band, dan spreekt men van een biljardé. (doorduwen).

Butage

In elke biljartzaal of clubhuis hoor je wel eens de term “butage” vallen en de
meeste biljarters weten ook wel wat dit betekent: de speelbal maakt na het treffen van de tweede bal een onbedoeld vreemd sprongetje, om daarna “dood” te vallen. Meestal gebeurt dit bij het spelen van een rustige doorschieter of trekstoot. Waarschijnlijk ontstaat een butage als de speelbal en de aan te spelen bal elkaar treffen op een plek waar nogal wat krijt op de ballen zit. Door de hoge wrijving
van het krijt zal de speelbal belangrijk anders reageren dan de bedoeling was van
de speler. De bal klimt als het ware op de tweede bal (sprongetje) en valt vervolgens
“stil”op de tafel.

Carambole

Een carambole is het met de speelbal raken van de andere 2 ballen nadat de speelbal in beweging is gebracht door een met de pomerans eenmaal toegebrachte stoot. Een carambole is pas geldig wanneer alle ballen tot stilstand zijn gekomen en geen fout is gemaakt.

Carotte

Voor de tegenstander bewust een moeilijk balsituatie achterlaten.

Dedans

Als na een gemaakte carambole de 2 ballen nog steeds in hetzelfde vak liggen dan annonceert de arbiter ‘dedans’ en dient er bij de volgende stoot minimaal 1 bal uit het vak gespeeld te worden.

Doorschieten

De speelbal boven de hartlijn afstoten, waardoor deze verder rolt na het raken van de tweede bal.

Effect

Elke andere beweging aan de bal geven dan de zuiver rollende beweging, d.w.z. beheerst stoten op ongeveer 1 cm boven de hartlijn in het midden van de bal (niet links of rechts van het midden).

Entrée

Indien de te raken 2 ballen in hetzelfde vak komen te liggen dan annonceert de arbiter ‘entré’, indien het om het spel 47/1 gaat dan is er uiteraard sprake van ‘dedans’.

Kader

Spelsoorten waarbij beperkingen worden opgelegd aan het maken van een carambole door vakken op het laken te tekenen.

Ketsen

Ketsen ontstaat als de pomerans (keutop) van de stootbal afglijdt.

Keu

Een (grotendeels) houten stok waarmee de stootbal in beweging wordt gebracht.

Keuvoering

De keuvoering is de wijze waarop de keu gehanteerd wordt.

Krijt

Een blauw kalkblokje. Het kalkpoeder maakt het oppervlak van de pomerans ruw.

Liften

Om een bal dieper onder de hartlijn te kunnen stoten wordt de keu met de achterhand omhoog gehaald.

Massé

Met een sterk gelifte achterhand de stootbal bespelen waardoor de speelbal een voorwaartse curve maakt.

Matchtafel

Een (wedstrijd) biljarttafel met een speelvlak van 284 x 142 cm binnen de banden.

Mikpunt

De plek waar de stootbal (bal 1) naar toe wordt gestoten.

Dit kan bal 2 zijn, maar ook een “losse band”.

Moyenne

Het moyenne (gemiddelde) wordt berekend door het aantal caramboles te delen door de beurten die nodig zijn om deze caramboles te maken.

Nastoot

In een partij hebben beide spelers recht op een gelijk aantal beurten. Is de speler die van acquit ging als eerste uit dan heeft de tweede speler recht op een gelijkmakende beurt (van acquit gespeeld).

Piqué

Een trekstoot waarbij de keu nagenoeg in verticale stand wordt gehouden.

De stootbal rolt terug nadat hij bal 2 heeft geraakt.

Het resultaat van de piqué is te vergelijken met de meer gebruikte trekstoot echter de piqué wordt toegepast als de trekstoot moeilijk is uit te voeren.

Pomerans

Een stukje leer dat op de keutop is gelijmd.

Rappeleren

De stootbal zodanig bespelen dat na het caramboleren de ballen in een gunstige vervolgpositie komen te liggen.

Restée dedans

De bal heeft, na annoncering van dedans door de arbiter, het vak niet verlaten en wordt afgeteld.

Rollijn

De richting waarin de ballen bewegen na de afstoot.

Speelbal

De witte of gele bal (witte met of zonder stip) waarmee de hele partij wordt gespeeld.

Touché

De bal(len) niet reglementair aanraken.

Trekstoot

De stootbal onder de hartlijn bespelen waarbij, na contact met de tweede bal, de stootbal als het ware terug rolt.

 

 

 

Biljarttypetjes:

Het is merkwaardig hoeveel verschillende types zich rond de biljarttafels bevinden. Het is interessant hen gade te slaan. Een mens is een gecompliceerd wezen. Iedereen is anders en dat komt tot uiting in de dingen die hij doet. Niemand ontkomt daaraan. Een biljarter dus ook niet. Lees onderstaand over de Denker, de Zwaaier, de Beuker, de Pechvogel, de Mazzelaar en de Sfinx.

 

Het is merkwaardig hoeveel verschillende types zich rond de biljarttafels bevinden. Het is interessant hen gade te slaan. Een mens is een gecompliceerd wezen. Iedereen is anders en dat komt tot uiting in de dingen die hij doet. Niemand ontkomt daaraan. Een biljarter dus ook niet.

Eén daarvan is: De DENKER

Hij staat niet onmiddellijk op van zijn stoel als zijn tegenstander heeft gemist. Hij verheft zich langzaam van zijn stoel. Er wacht hem een belangrijke opgave. Met afgemeten stappen begeeft hij zich naar de tafel en overziet het strijdperk. Hij bekijkt de situatie van alle kanten. Gaat eens hier, dan daar staan, in gepeins verzonken. Hij denkt en rekent. Zij tegenstander heeft intussen inwendig al een levendige discussie met Onze Lieve Heer gehad en is geneigd de DENKER papier, potlood en een computertje aan te bieden. De DENKER is zich van dit alles niets bewust. De wedstrijdleider is inmiddels in alle staten. Hij gaat fiks achterlopen op zijn schema. Intussen is de DENKER tot een besluit gekomen. Iedereen zucht hoorbaar. Nu gaat hij eindelijk beginnen ! Als u dat denkt bent u er naast. De DENKER legt aan ……….. Onmiskenbaar met een zekere elegantie. Weloverwogen wordt de keu een tiental malen heen en weer bewogen. Zijn tegenstander wordt volledig uit zijn ritme gehaald en de wedstrijdleider loopt rood aan. Maar de omstanders, zich niet bewust van de zorgen van de wedstrijdleider, kijken ademloos toe. Dat moet wel een exceptioneel mooie carambole worden ! De stilte wordt verstoord door de afstoot. Een grandioze misser ! De bal gaat alle kanten uit behalve de goede. De berekeningen hebben gefaald. Mistroostig zoekt de DENKER zijn stoel weer op. In een vlot tempo maakt zijn tegenstander de partij uit en laat de DENKER met een miserabele score verbijsterd op zijn stoel achter.

T.O.E. Schouwer

Biljarten is een vrij ongevaarlijke sport. Vrij ongevaarlijk. Want hoed u voor:

DE ZWAAIER

Hij is een verdienstelijk speler. Dat wel. Hij heeft echter een vreemde gewoonte. Normaal wordt het biljartspel met drie ballen gespeeld, dat weet iedereen. Behalve de Zwaaier. Hij meent, neen, hij is ervan overtuigd dat zijn keu onverbrekelijk verbonden is met het lot van de ballen. Een soort vierde partner dus. Zijn keu volgt de ballen, begeleidt ze. Dat zou nog allemaal niet zo erg zijn, ware het niet dat een keu een stevig massief stuk hout is met een zwaar onderstuk. De Zwaaier, die geheel in zijn spel opgaat, heeft daar helemaal geen weet meer van. Als u een dergelijk type tegenkomt, raad ik u aan een flink eind uit zijn buurt te blijven. Als hij de speelbal naar links wil dirigeren, gaat zijn keu met een flinke zwaai naar rechts. Wee degene, die daar toevallig staat ! Moet de speelbal naar rechts, dan zou de keu naar links moeten. Maar daar staat hijzelf ! Na langdurige oefening heeft hij daar een oplossing voor gevonden. Hij springt naar links om zichzelf tegen de voortstormende keu te beschermen. Maar het ergste komt nog. Wanneer u en ik, geen Zwaaiers zijnde, de keu achter de rug moeten brengen, dan levert dat geen problemen op. Een stapje opzij en met de rechterhand achter de rug het ondereinde van de keu pakken. De meest efficiënte en energiebesparende methode. Niet aldus de Zwaaier ! Hij pakt plompverloren het ondereind van de keu en met een niets ontziende zwaai brengt hij de keu achter zijn rug. Ieder die zich in een straal van zo’n drie meter in zijn nabijheid bevindt, moet zich ijlings uit de voeten maken om van een flinke optater gevrijwaard te blijven. Ziet u, dat er toch nog types zijn, die het blazoen van de veilige biljartsport besmeuren ? Volgens mij is hij van beroep vlaggenseiner bij de marine geweest. Over zijn favoriete sport in zijn jonge jaren heb ik nog mijn twijfels. Discuswerper of kogelslingeraar ?

T.O.E. Schouwer

Bent u bekomen van de schrik, veroorzaakt door het optreden van de Zwaaier ? Ik hoop het. Maar u bent nu gewaarschuwd. Toch is er nog een ander type waarvoor u moet uitkijken. Dan heb ik ze wel gehad, de types die onze sport onveilig maken. De nog volgenden zullen u geen haar op het hoofd krenken. Degene die ik nu ga beschrijven is robuust en vastbesloten. Het is moeilijk een Nederlandse beschrijving van hem te geven. De Duitsers hebben daar zo’n treffende uitdrukking voor. Een “rücksichtslose Draufgänger”. Het is:

DE BEUKER ( Zoals Dirk )

Als het zijn beurt is twijfelt hij geen ogenblik. Energiek en met vaste tred gaat hij naar de tafel met een verbeten trek op z’n gezicht en een uitdrukking van : “Ik zal jullie wel eens even krijgen !”. In tegenstelling tot De DENKER heeft hij de situatie in één oogopslag overzien. Aanleggen doet hij nauwelijks. Met een daverende klap komt zijn keu tegen de bal. Ik houd mijn hart vast ! Als zo’n bal een levend wezen was, zou er stellig een hartverscheurende kreet door de zaal klinken. Maar de BEUKER heeft gevoel noch mededogen. Genadeloos jaagt hij de ballen over het laken. Hij kan nauwelijks wachten tot de ballen stil liggen, zo groot is zijn dadendrang. Meedogenloos gaat hij verder. Als raketten vliegen de ballen rond. Hun kreten zijn reeds lang verstomd. De klap op de vuurpijl komt echter als bij zijn volgende, met tomeloos geweld uitgevoerde stoot, één der ballen als een afgevuurde kanonskogel uit het biljart springt. En een biljartbal is hard, keihard. Minstens zo hard als een hockeybal ! En al zal hij dan wel niet zo hoog springen dat hij uw oog bereikt, er zijn nog vele andere kwetsbare delen op het lichaam van een niets vermoedende arbiter die toevallig in de baan van de springende bal staat. Als de BEUKER bezig is, bedenk dan dat u te maken heeft met één van de zeldzame types die het predikaat veilige biljartsport aan zijn laars lapt. Zijn vroegere beroep heeft hij mij nooit verteld. Wel zei hij mij, dat hij in zijn jonge jaren een fanatiek IJshockeyer was !

T.O.E. Schouwer

Brrr, ik huiver nog van het geweld dat de ZWAAIER en de BEUKER ontketend hebben. Maar wees gerust. Ik vertelde al dat deze twee uitzonderingen zijn op het grote aantal beoefenaars van onze geliefde sport. Het type dat ik u nu ga voorstellen is van een heel ander kaliber. Rustig, bedaard en bedachtzaam. Evenwel, er rust een fatum op zijn spel. Het is:

De PECHVOGEL

U zou hem ook bijv. de milimetermisser kunnen noemen. Hij speelt stijlvol en subtiel. In tegenstelling tot de BEUKER aait hij de ballen. Dat is dan ook het kenmerk van de goede biljarter. De ballen hoeven echt niet sneller te rollen dan nodig is. De PECHVOGEL, alias milimetermisser, zou een beduidend hoger moyenne hebben als hij niet permanent belaagd werd door dat fatum, dat hem constant parten speelt. Nu weet ik wel dat u en ik in diverse partijen ook wel eens rakelings missen. Als u denkt dat u daarmee onze PECHVOGEL kunt evenaren, bent u er goed naast. In de verste verte kunt u niet aan hem tippen ! Het zou interessant zijn om eens wiskundig te berekenen, hoe het komt dat de PECHVOGEL in grote mate de perfectie benadert om op zo’n opmerkelijke wijze zijn caramboles te missen. Nog interessanter zou het zijn om bijv. een Ceulemans te laten proberen hem na te doen. Ik denk dat hij het, na het een honderdmaal te hebben geprobeerd, zou opgeven. Op zichzelf is het dan toch een niet te evenaren prestatie. Alleen, het levert niets op ! U en ik ergeren zich aan zo’n op een millimeter gemiste carambole. De PECHVOGEL is dat stadium al lang voorbij. Hij weet dat Vrouwe Fortuna hem reeds lang geleden de rug heeft toegekeerd en is derhalve min of meer een fatalist geworden en berust in zijn lot. Niettemin blijft hij met volle overgave zijn favoriete sport beoefenen. Zijn moreel lijdt er niet meer onder. En dat is een te loven mentaliteit en siert hem. Zijn maatschappelijke carrière was identiek met zijn huidige hobby. Toch heeft hij een respectabel niveau bereikt. Maar net als hij voor een belangrijke promotie stond die hem nog meer aanzien zou geven, werd in die plaats een voor hem volkomen onbekende protégé van de directie benoemd. En zo ging het met alles. Het zou te ver voeren nog meerdere voorbeelden op dat gebied aan te voeren. U hoeft beslist geen medelijden met hem te hebben. Dat zou hij niet willen, want hij is een innemend en beminnelijk mens en heeft altijd troostende woorden over voor een clubvriend, die ook eens een keertje mist ! Zijn lievelingssport was voetballen en hij was een begaafd technicus. Hij zou reeds lang de topscorerslijst hebben aangevoerd en een miljoenencontract in Italië hebben afgesloten, als hij, voor open doel staande, niet op een haar na miste !

T.O.E. Schouwer

Zoveel mensen, zoveel zinnen. En dat komt tot uiting in de ontelbare karakters. Tegengestelde en identieke. Afgezien van kleine nuances, zijn er toch overeenkomsten te vinden. Wie zou nu de tegenpool zijn van de PECHVOGEL ? Juist, u heeft het geraden:

De MAZZELAAR ( Gerard Goudvink

Vrouwe Fortuna is volkomen verknocht aan hem. Zij adoreert en vertroetelt hem. Het is werkelijk ongeloofwaardig op welke manier de MAZZELAAR scoort. Moet hij een bal dik raken, doch raakt hem dun, dan weet zijn speelbal op een ondoorgrondelijke wijze toch zijn doel te bereiken. De klutsen zijn niet van de lucht en brengt zijn bal niet alleen tot scoren, maar veroorzaakt tevens een ideale positie voor de volgende stoot. De PECHVOGEL staat verbijsterd het schouwspel gade te slaan. Zoveel geluk kan iemand toch niet hebben ? Maar de MAZZELAAR heeft het wel ! En hij vindt het heel gewoon. Als het al te dol wordt, haalt hij zijn schouders op alsof hij daarmee te kennen wil geven: ‘nu ja, iedereen mag op z’n tijd toch wel eens een mazzeltje hebben !” Hij gaat voorbij aan al die vorige wonderen die hij heeft gewrocht. Hij weet niet beter. Het is altijd zo geweest. Als kind al won hij prijzen bij het inzenden van kruiswoordpuzzels. Uit de duizenden inzendingen werd steevast zijn briefkaart eruit getrokken. Als jongeman werd hij, evenals de PECHVOGEL, voetballer. Toen hij eens, vóór het doel staande, zijn voet omhoog bracht om zijn veter wat vaster te trekken, belandde een voorzet precies op de punt van zijn schoen en vloog onhoudbaar het doel in. Het publiek joelde van verrukking. Toen hij enkele minuten daarna, een paar onbeheerste bewegingen met zijn hoofd maakte omdat hij door een wesp werd belaagd, kwam de voorzet van de andere kant precies op zijn hoofd terecht en verdween vandaar in de uiterste bovenhoek van het doel. De tribunes waren in alle staten. Wat een spits ! Wat en fenomenale kopstoot. De talentenjagers op de tribune waren echter niet van gisteren. Zij zagen dat het allemaal puur mazzel was. Een miljoenencontract heeft er voor hem nooit in gezeten. Was dat de enige pech in zijn leven ? Of misschien toch mazzel ? Zoveel geluk kun je in de voetballerij niet waarmaken. Een beroep heeft hij nooit gehad Al vroeg won hij een tonnenprijs in de Staatsloterij. Hij leefde er jarenlang goed van en deed voor de lol eens mee in de Lotto. Raak ! De hoofdprijs in z’n eentje. In diverse loterijen won hij in de loop der jaren zes auto’s. Als hobby ging hij biljarten en hoe het hem daarbij vergaat beschreef ik u hierboven. Iedereen in de club die tegen hem moet spelen, weet van tevoren dat het vechten tegen de bierkaai is. In de ledenlijst staat hij genoteerd voor een zeer behoorlijk moyenne, want de geluksgodin blijft hem vriendelijk toelachen.

T.O.E. Schouwer

De beschreven types kunt u ergens aan herkennen. Het volgende type zult u nooit in onze biljartzalen aantreffen. Hij is mijlenver boven ons verheven. Hij geeft zich nooit bloot en verraadt zich niet door welke beweging dan ook. Zijn gelaatsuitdrukking is ondoorgrondelijk. Het is:

De SFINX

U heeft het natuurlijk al begrepen. Het is de topsporter, de biljartprof, die grossiert in nationale, Europese en wereldkampioenschappen. Hij is onberispelijk gekleed, zoals de reglementen voorschrijven. Hij zou ook niet anders willen. In onze dagelijkse plunje zou hij zich armzalig voelen. Zijn tenue hoort bij hem. Hij kijkt onbewogen toe als de caramboles in een vloeiende cadans uit de keu van zijn tegenstander stromen. 350 in

één beurt. Een nonchalante massé maakte een einde aan de serie. De SFINX begeeft zich naar de tafel. Op onnavolgbare wijze drijft hij de ballen in een serie americain langs de banden het gehele biljart rond. 500, in één beurt uit ! Een handdruk bezegelt de overwinning op zijn rivaal. Geen enkel emotie op beider gelaat. De SFINX traint natuurlijk veel en heeft weinig vrije tijd. In die verloren uurtjes is hij een verwoed pokerspeler. Vergeleken bij de SFINX c.s. zijn wij, die denken dat zij kunnen biljarten, onbeduidende prutsers. Zijn niveau bereiken wij nooit meer. Maar dat is ook niet nodig. Wij beleven plezier aan ons spel. Iedere te maken carambole is voor ons een uitdaging. En wij doen ons best om zo goed mogelijk te spelen. Dat dat meestal niet lukt, ach, wie zijn wij, dat wij zouden trachten een onmogelijke droom te verwezenlijken ! De SFINX is de laatste in de serie. Ik heb geobserveerd, toegekeken en mij vermaakt met de opmerkelijke figuren rond de biljarttafel. Maar wie ben ik ? Misschien doe ik zelf ook wel raar op een of andere manier. Misschien ben ik wel een SMOELENTREKKER, als volgend type. Ik zag echter geen kans om aan een dergelijk type vorm te geven. Hij geeft zo weinig stof tot beschouwing. Misschien heeft u uzelf of één van uw clubgenoten herkend. Want heus, al de door mij beschreven types komen voor. In elke biljartzaal. In ieder geval hoop ik dat u zich met mijn pennenvruchten een beetje heeft geamuseerd en niet boos op mij bent als u zelf één van de types blijkt te zijn.

“ODE AAN HET BILJART”

(oud gedicht van H.G. Wolthuis uit Borne)

 Biljarten is een mooie sport, dat wil ik niet ontkennen, Vooral als men wat ouder wordt en niet meer mee kan rennen. Met jong gebroed op het voetbalveld, dan moet men biljart gaan spelen. Waaraan men dan staat blootgesteld, zal ik u mededelen. Er zijn drie ballen, twee ervan zijn wit, de ander rood of roze. Eén stoot gij er op zijn kersepit, zie nevenstaande pose. Raakt uw bal de andere twee niet aan, de rode en de witte, Dan hebt u wel uw best gedaan, maar kunt wel weer gaan zitten.

Dan komt Uw tegenstander los, gij moogt u versacherijnen. Hij speelt alles op de klos en maakt de grootste zwijnen. Zo stom raakt hij de ballen niet, of zij caramboleren. Hij maakt er twintig van het kiet, zonder zijn keu te smeren

De kelner staat er kritisch bij en zegt dat “meneer” ze mooi heeft, En trekt, dat spreekt vanzelf, partij voor wie de meeste fooi geeft. En als gij aldoor rakelings mist, waardoor uw kansen zakken, Raadt hij u fluisterend om beslist een andere keu te pakken.

Zo knoeit ge een uur of langer door, De ander boft verbazend; zegt telkens: “Ik geef u er vijftig voor”; Gij voelt u in uw eer gekrenkt, Gij hoopt nog op een wonder, Maar hoe gij ook ronddraait, hijgt of zwenkt, gij gaat door pech ten onder.

Laat u echter niet door negatieve gedachten beïnvloeden, maar ga lekker genieten van het mooie biljartspel. Ontspanning door inspanning en als “krent in de pap” een bekroning van de partij met een overwinning in de vorm van de matchpunten, de hoogste serie of een “berengemiddelde”. Laat dát ieders streven zijn.

 Laat u echter niet door negatieve gedachten beïnvloeden, maar ga lekker genieten van het mooie biljartspel. Ontspanning door inspanning en als “krent in de pap” een bekroning van de partij met een overwinning in de vorm van de matchpunten, de hoogste serie of een “berengemiddelde”. Laat dát ieders streven zijn.

200+ redenen waarom je de carambole hebt gemist

  1. Ik heb het de laatste tijd heel druk gehad.
  2. Heb sinds lange tijd weer gegolfd, alles doet mij zeer.
  3. Ik ben niet in goede doen.
  4. Ik kon de finale toch niet spelen, want dan is mijn dochter jarig.
  5. Wapperend gordijn bij open raam: Het lijkt wel of we op een zeilboot biljarten.
  6. Vroeger maakte ik die ballen met mijn ogen dicht.
  7. Wanneer je alle caramboles bij elkaar optelt kom ik ver boven de 10 (bij 10 over rood).
  8. Ik maakte de carambole niet, want ik moet nog even aan de tafel wennen.
  9. Die lamp hangt steeds in de weg.
  10. Wordt afgeleid, want iedereen wil met mij praten.
  11. In een stille ruimte: Ik kan mij niet concentreren.
  12. Tegen een speler met een laag moyenne is niet te spelen.
  13. Ik kan niks met dat grote spel.
  14. Het is bijna onmogelijk te winnen van een speler met een laag moyenne, want je krijgt geen aanvanger.
  15. Ik kreeg geen aanvanger, maar speelde zelf voor Sinterklaas.
  16. Speel onder mijn niveau, komt door het nieuwe laken.
  17. Speel niet voor de punten, maar wil mijn moyenne weten. Anders al lang uitgeweest.
  18. Mijn moyenne is lager geworden, want de huisarts heeft beginnende staar geconstateerd.
  19. Het gaat niet zo goed. Volgens mij is de veerkracht uit de biljartballen.
  20. Ben grieperig, mijn hele hoofd zit vol.
  21. Speelde onder mijn niveau, want de pommerans bleek uitgedroogd te zijn.
  22. Speelde onder mijn niveau, want ik had nog last van een jetlag.
  23. Maakte die bal niet, want ik schrok van de telefoon.
  24. Ik miste die bal, want ik dacht te veel aan verzamelen.
  25. Heb een nieuwe keuvoering. Stootte daardoor te hard.
  26. Wanneer ik voor die tijd had gekrijt, had ik de carambole gemaakt.
  27. Ik dacht aan overhouden. Had ik niet moeten doen.
  28. Ik maakte de carambole niet, omdat ik te veel met de rode bal bezig was.
  29. Misschien een beetje geluk, maar anders had hij het ook gedaan.
  30. Ik kreeg geen leuk aanvangsstootje, anders al lang een serie.
  31. Ik maakte de carambole niet, omdat de rode bal heel ongelukkig in de hoek lag.
  32. Ik geef alleen maar aanvangers weg. Komt, omdat ik op overhouden speel.
  33. Heb te goed gespeeld in de voorronden.Nu opgewaardeerd, daardoor kansloos in de finale.
  34. Biljarten in het cafe gaat mij niet goed meer af. Komt, omdat ik de combinatie bier en biljarten niet meer gewend ben.
  35. Ik speelde onder mijn niveau, want het biljart was te koud.
  36. Ik maakte de carambole niet, want ik moet nog aan mijn nieuwe bril wennen.
  37. Ik maakte de laatste carambole niet, want ik was overgeconcentreerd.
  38. Gaat niet zo goed, want ik heb gisteren op een heel snel biljart gespeeld.
  39. Ik maakte de carambole niet, want de ballen lagen te mooi.
  40. Ik maakte de carambole niet, want ik was te begerig.
  41. Ik kon de partij niet winnen, want mijn tegenstander speelde heel defensief.
  42. Ik maakte de carambole niet, want de lamp scheen in mijn ogen.
  43. Het ging niet goed. Komt, omdat ik heel lang niet gebiljart heb.
  44. Ik maakte de carambole niet, want ik dacht na.
  45. Maakt niet uit, dat ik niet door ben. Kan de volgende ronde toch niet spelen i.v.m. een geplande vakantie.
  46. Ik maakte de carambole niet. Reden : alcohol!
  47. Ik verloor de partij, want ik zat niet goed in mijn vel.
  48. Ik maakte de carambole niet, want ik stond er verkeerd voor.
  49. Ik kwam niet in mijn spel. Kwam, doordat de verkeerde muziek werd gedraaid.
  50. De ballen klosten. Anders een carambole.
  51. Ik maakte de carambole niet, omdat ik niet aan deze banden gewend ben.
  52. Ik kreeg weinig, want mijn tegenstander heette niet Sinterklaas.
  53. Ik stootte te zacht bij de keuzetrekstoot. Kwam, omdat ik niet had gekrijt.
  54. Er is niet te winnen van een kroegbiljarter.
  55. Het gaat niet echt goed. Typisch zo’n dag, dat niets wil.
  56. Ik had hem al geteld, maar hij deed het niet.
  57. Maakte de carambole niet. Kwam door de hoge pommerans.
  58. Ik had beter voor die tijd even kunnen krijten.
  59. Het gaat niet zo goed, want ik speel niet met mijn eigen keu.
  60. Ik miste de rode bal, want die lag heel ver weg.
  61. Ik speelde onder mijn niveau, want de banden waren koud.
  62. Ik maakte de carambole niet, want ik kon er niet bij.
  63. Ik speel puur op techniek en denk niet aan de caramboles.
  64. Ik heb mijn oude keu meegenomen. Gaat niet zo goed, want dit speelt heel anders.
  65. Ik was niet in goede doen, want ik had last van het zijlicht in de zaal.
  66. Ik speelde in het cafe met een keu uit het rek. Gaat niet goed, want zo’n keu brengt de energie niet goed over op de speelbal.
  67. Het gaat niet zo goed, want ik heb al een tijdje last van mijn rug.
  68. Het was een billarde, maar dat moet kunnen op de dinsdagmiddag.
  69. Op het biljart, waar ik gisteren op speelde, had hij het gedaan.
  70. Hij deed het niet. Wanneer ik harder had gespeeld hadden de ballen geklost.
  71. Ik speelde niet goed. Ik was te veel met mijn pacemaker bezig.
  72. Het ging niet naar wens. Had voor die tijd al niet het goede gevoel.
  73. Het gaat niet zo goed. Op het biljart van de club speel ik veel rustiger.
  74. Had ik het maar gedaan, zoals ik het eerder wilde doen.
  75. Ik kwam niet goed in mijn spel, want de banden deden niks.
  76. Op dit biljart mis ik bijna altijd vanaf acquit.
  77. Ik was niet in goede doen, want ik heb vannacht maar 5 uur geslapen.
  78. Ik maakte de carambole niet, want ik was overmoedig.
  79. Ik heb een nieuwe bril. Ik zie nog wat wazig. ( Je koopt toch een bril om beter te zien?)
  80. Het niveau van mijn spel heeft met de tegenstander te maken. De ene speler ligt je wel, de andere niet.
  81. Ik maakte de carambole niet, want de speelbal deed niets.
  82. Het gaat niet zo goed. Komt, omdat ik normaal met een handschoen speel.
  83. Ik maakte de carambole niet, want er zat niets in.
  84. Het gaat niet naar wens. Ik krijg geen vat op het biljart.
  85. Het ging niet goed, want ik zat niet in de wedstrijd.
  86. Ik maakte de carambole niet, want met links heb ik geen controle over de ballen.
  87. Ik had gewoon mijn eigen spel moeten spelen.
  88. Ik maakte de carambole niet, want ik had last van bewijsdrang.
  89. Ik kon mij niet concentreren, want er was veel geroezemoes rond de tafel.
  90. Wanneer de arbiter zegt “en nog 5” moet ik even wachten. Ik kan niet tegen gepraat rond de tafel.
  91. Ik speelde niet goed, want ik was opgefokt.
  92. Ik speelde niet goed. Ik was te veel bezig met mijn tegenstander, die maar de helft van mijn caramboles hoeft te maken.
  93. Wanneer er spanning op komt gaat het vaak mis.
  94. Ik miste de carambole, omdat er veel groen tussen de ballen was.
  95. Het gaat niet naar wens. Al na 1 biertje heb ik problemen met het kleine spel.
  96. Speelde eerst met een cafe keu. Nu een Longoni, maar die doet wel heel veel.
  97. Het liep niet, want de banden namen totaal geen effect aan.
  98. Ik miste de carambole, want de arbiter stond in mijn stootbeeld.
  99. De speelbal ligt stijf aan de band. Dan moet hij wel heel precies.
  100. Ik kom net van buiten. Mijn handen zijn nog koud.
  101. Ik maakte geen carambole, want ik zat te lang aan de kant.
  102. Er lag niks, want de tijd van Sinterklaas is voorbij.
  103. Ik maakte geen carambole, want ik zat in de ketszone.
  104. Ik maakte de carambole niet, want ik luisterde naar gepraat bij de andere tafel.
  105. Mijn moyenne is te hoog, want onder druk speel ik minder.
  106. Ik maakte 4 beurten geen carambole, want ik was iets aan het uitproberen.
  107. Ik verloor de partij. Mijn techniek is beter, maar de tegenstander had meer scorend vermogen.
  108. Ik maakte de carambole niet. Ik kon er niet goed bij en ik heb al langere tijd rugklachten.
  109. Ik kon de partij niet winnen, want de tegenstander zat in een flow.
  110. Ik verloor de partij, want ik kwam binnen en moest gelijk biljarten.
  111. Ik verloor de partij, want mijn tegenstander maakte de meest onmogelijke ballen.
  112. Ik maakte de carambole niet, want ik gleed uit.
  113. Wanneer de ballen, die rakelings mis waren het hadden gedaan, had ik de partij gewonnen.
  114. Ik verloor de partij, maar het maakte mij niets uit.
  115. Ik verloor de partij, maar ik liet bewust mijn tegenstander winnen.
  116. Ik verloor de partij, want ik kreeg last van mijn suiker.
  117. Ik moest eerst wennen, dat ik meer caramboles moest maken in de finale. Daardoor verloor ik de eerste partijen.
  118. Ik had mijn keu mee genomen, maar mijn hersens thuis gelaten.
  119. Ik maakte de carambole niet, maar zo moest hij wel.
  120. Ik miste, want ik had last van het tegenlicht.
  121. Ik speelde niet goed, want ik ben beter biljartmateriaal gewend.
  122. Ik speelde onder mijn niveau. Heb vanmorgen gegolfd en dan gebruik je heel andere spieren.
  123. Ik maakte de carambole niet, want de bal lag veel te moeilijk voor mij.
  124. Ik maakte de carambole niet, want de vaart was er uit.
  125. Het gaat niet goed, want er zit een knal in mijn keu.
  126. Ik maakte de carambole niet, want er lag een biljartkoffer in mijn stootbeeld.
  127. Ik maakte de carambole niet, want ik was te bang.
  128. Het gaat niet goed. Komt, doordat de banden dan weer dit en dan weer dat doen.
  129. De harde muziek op straat kwam mijn spel niet bepaald ten goede ( 10 over oranje).
  130. Ik maakte de carambole niet, want ik koos de verkeerde optie.
  131. Op de een of andere manier kan ik dat soort ballen niet.
  132. Ik moest met de keu achter mijn rug stoten. Op een gladde vloer wil dat niet. Ik moest een andere optie kiezen en miste.
  133. Ik speelde niet goed. Heeft te maken met het trage biljart. Komt door het lage plafond en de hogere luchtvochtigheid.
  134. Ik speelde niet goed. Komt, omdat ik de laatste tijd veel wedstrijden heb gespeeld. Ik ben op.
  135. Het gaat niet goed. Speel met een keu uit het cafe en zo’n keu heeft een harde pommerans.
  136. Ik verloor de partij, want ik miste 3 opgelegde ballen.
  137. De 1e carambole van een serie van mijn tegenstander was een mazzelbal. Hierdoor verloor ik de partij.
  138. Ik maakte de carambole niet, omdat de speelbal aan de band lag en ik er niet onder kon komen.
  139. Ik maakte de carambole niet, want ik was nog niet ingespeeld.
  140. Ik miste, want er zei iemand “proost”.
  141. Ik ben niet door, want de 1e partij speel ik altijd slecht.
  142. Speelde ik te zacht of is het biljart te traag?
  143. Ik miste de rode bal, want mijn keu schoot door.
  144. Ik maakte de carambole niet, want ik keek tegen de rand van mijn bril aan.
  145. Het heeft te maken met het materiaal. Met een goede keu maak je alles.
  146. Het gaat niet zo goed, want ik heb vandaag 600 km gereden.
  147. Ik maakte de carambole niet, maar ik heb ook al maanden geen keu meer in de handen gehad.
  148. Ik maakte de carambole niet, want ik heb last van bibberende handen. Ik heb namelijk vanmorgen met de motor gereden.
  149. Ik heb 4 beurten achter elkaar geen carambole gemaakt. Het is , dat ik zo’n sterk karakter heb, anders was ik depressief geworden.
  150. Ik probeerde de carambole te maken, terwijl ik wist dat het niet wilde.
  151. Ik speelde slecht, maar mijn tegenstander speelde ook wel heel goed.
  152. Ik maakte de carambole niet, omdat ik de pommerans niet had bijgeschuurd.
  153. Op een nieuw laken is de snelheid er de eerste tijd uit.
  154. Ik speelde niet goed, maar het zat ook niet mee.
  155. Bal 3 was weg, anders had hij het gedaan.
  156. De bal moet je niet zo spelen, wanneer je niet in vorm bent.
  157. Het biljart is heel snel. Voordat ik mijn speelstijl had aangepast, was de partij voorbij.
  158. De speelbal ging goed, totdat hij de verkeerde band pakte.
  159. Ik speelde niet goed, want ik had gebrek aan zelfvertrouwen.
  160. Ik verloor de partij, want ik kon de concentratie niet vasthouden.
  161. Ik stond er verkeerd voor, anders had ik de carambole gemaakt.
  162. Ik raakte geïrriteerd, omdat mijn tegenstander steeds zijn krijtje op de rand van het biljart liet liggen.
  163. Wanneer je twijfelt, wordt het niks.
  164. Ik heb nog niet zo veel caramboles gemaakt, maar wij zijn ook net begonnen.
  165. Ik maakte de carambole niet, want de keu gleed uit mijn handen.
  166. Ik speelde niet goed. De lampen boven het biljart zijn aan vervanging toe.
  167. Het was geen carambole, maar hij was wel in de buurt.
  168. Ik maakte de carambole niet, want ik hinkte op twee gedachten.
  169. De carambole was niet moeilijk, maar je moet hem wel maken.
  170. Ik speelde met de verkeerde bal bij 10 over rood, want ik heb gisteren 4 partijen libre gespeeld.
  171. In een keu uit het cafe zit geen gevoel, want je kunt er niet mee rond spelen.
  172. Ik nam de verkeerde speelbal, omdat ik werd afgeleid.
  173. Ik miste de rode bal bij 10 over rood, maar 1 of 0 punten maakt niks uit.
  174. Met een keu uit het cafe kun je er niet genoeg in leggen.
  175. Ik miste een opgelegde bal. Ik moet nog even aan mijn nieuwe keu wennen.
  176. Ik miste, want de rode bal lag in het donker.
  177. Ik ben 71. De scherpte is er af.
  178. Ik lig uit het toernooi, maar ik heb hem al 2 keer gewonnen.
  179. Ik miste, want ik was te veel met bal 2 bezig.
  180. Ik verloor de partij, want mijn tegenstander ging er heel hard van door.
  181. In een keu uit het cafe zit niet genoeg massa.
  182. Ik kwam 2 caramboles te kort, anders was ik door geweest.
  183. Ik zat goed in de partij, maar toen ging mijn suiker opspelen.
  184. Ik dacht, dat ik hem al gemaakt had.
  185. Ik miste, want de arbiter stond in het licht.
  186. Ik verloor de partij, want er zaten geen diamonds op het biljart.
  187. Ik verloor de partij, want de arbiter wist niet wat een billarde was.
  188. De vorm is er weer, maar nu is het toernooi afgelopen.
  189. Het loopt zoals het loopt. Soms kun je het sturen en soms niet.
  190. Ik kon de partij niet winnen, want mijn tegenstander is een driebander.
  191. Ik had liever op basis van 30 beurten gespeeld. Dan had ik het een en ander kunnen goed maken.
  192. Ik verloor de partij, want ik had mijn keu niet goed aangedraaid.
  193. Ik speelde niet goed, want ik heb gisteren wat te veel gedronken.
  194. Hij deed het niet, want er zat niets in.
  195. Ik wilde op overhouden spelen, maar het kwam een beetje ongelukkig uit.
  196. Ik maakte de carambole niet, want ik was overgeconcentreerd.
  197. Ik miste, want ik heb een nieuwe bril nodig.
  198. Ik weet wel hoe ik de ballen moet spelen, alleen ze doen het niet.
  199. Ik miste, want de techniek liet mij in de steek.
  200. Mooi missen vind ik belangrijker dan lelijk maken.
  201. Het gaat mij niet om de caramboles. Ik wil gewoon beter worden.
  202. Ik verloor de partij. Maakt mij niets uit, want ik vind winnen niet belangrijk.
  203. Ik verloor de partij, omdat ik al door was en er daardoor geen spanning meer was.
  204. Ook een goede biljarter heeft wel eens een mindere dag.
  205. Ik miste, want ik heb moeite met dit soort ballen.
  206. Ik maakte de carambole niet, want ik was met mijn gedachten bij iets anders.
  207. Het was erg benauwd. Daardoor kon ik mij moeilijk concentreren.
  208. Ik maakte de carambole niet, want de ballen luisterden niet naar mij.
  209. Ik speelde niet goed. Komt, omdat ik de hele dag met grote gipsplaten heb gesjouwd.
  210. Ik kon niet verzamelen, omdat het biljart te snel is.
  211. Hij deed het niet, want er kwam niets uit.
  212. Ik kon niet winnen, want mijn tegenstander speelde constant over rood.
  213. Ik twijfelde tussen via de band of in een keer spelen. Dan gaat het altijd fout.
  214. Ik miste, want ik maakte geen voorbeweging.
  215. Ik mis de acquitstoot nooit, behalve op zaterdagmiddag.
  216. De gedachte was beter dan de uitvoering.
  217. Ik maakte de carambole niet, want hij lag niet lekker.
  218. De tweede partij speel ik altijd minder. Het is dan rumoeriger in het cafe en daar kan ik niet tegen.
  219. Ik miste de rode bal, want iemand stootte mij aan.
  220. Het was geen carambole, want hij pakte het effect niet.
  221. Ik speelde onder mijn niveau, want het was vrij donker in het cafe.
  222. Hij deed het niet, want ik had op een klosje gerekend.
  223. Ik miste, want er stond veel glaswerk achter mij op tafel.
  224. Ik kreeg niet een lekkere aanvanger, want Jan speelde voor mij.
  225. De speelbal liep vreemd. Komt, omdat ik er niet goed onder kon komen.
  226. Ik speelde niet goed, want ik heb de hele middag de motorheggenschaar in de handen gehad.
  227. Ik verloor de partij, want ik was mijn bril vergeten
  228. Ik miste, want die bal was niet te berekenen.
  229. Wanneer je niet genoeg speelt heb je het gevoel niet.
  230. Ik raakte uit mijn concentratie, want op het biljart er naast vroeg iemand : “ Wat is mijn bal” ?
  231. Ik verloor de partij, want halverwege kreeg ik last van concentratieverlies.
  232. Normaal doet hij het altijd, maar nu niet.
  233. Ik maakte de carambole niet, want er zat een weeffout in het laken.
  234. Ik maakte de carambole niet, want ik moest aan te veel dingen tegelijk denken.
  235. Van mijn tegenstander kreeg ik niets , want het is een driebander.
  236. Wanneer je de voorrondes goed speelt, dan speel je de finale slecht.
  237. Wanneer je achter je rug langs speelt, mis je het stuur.
  238. Ik speelde slecht, want mijn lichamelijke conditie is niet goed.
  239. Ik verloor de partij, want ik wilde alleen maar mooie ballen maken.
  240. In dit cafe speel ik altijd minder, want de lichtinval is anders.
  241. Met het biljarten ging het niet goed, want ik ben thuis de hele morgen met de hogedrukspuit op het terras bezig geweest.
  242. Hij moest dun, maar niet zo dun.

 

Cafe ' T Laantje Wormerveer